Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik drijf
jij/je drijft
hij/zij/het/u drijft
wij/we drijven
jullie drijven
zij/ze drijven
onvoltooid verleden tijdpast
ik dreef
jij/je dreef
hij/zij/het/u dreef
wij/we dreven
jullie dreven
zij/ze dreven
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedreven
jij/je hebt gedreven
hij/zij/het/u heeft gedreven
wij/we hebben gedreven
jullie hebben gedreven
zij/ze hebben gedreven
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedreven
jij/je had gedreven
hij/zij/het/u had gedreven
wij/we hadden gedreven
jullie hadden gedreven
zij/ze hadden gedreven
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal drijven
jij/je zult drijven
hij/zij/het/u zal drijven
wij/we zullen drijven
jullie zullen drijven
zij/ze zullen drijven
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedreven
jij/je zult hebben gedreven
hij/zij/het/u zal hebben gedreven
wij/we zullen hebben gedreven
jullie zullen hebben gedreven
zij/ze zullen hebben gedreven
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou drijven
jij/je zou drijven
hij/zij/het/u zou drijven
wij/we zouden drijven
jullie zouden drijven
zij/ze zouden drijven
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedreven
jij/je zou hebben gedreven
hij/zij/het/u zou hebben gedreven
wij/we zouden hebben gedreven
jullie zouden hebben gedreven
zij/ze zouden hebben gedreven
gebiedende wijs: drijf
tegenwoordig deelwoord: drijvend
voltooid deelwoord: gedreven
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De rubberboot drijft rustig op het meer.
The rubber boat floats calmly on the lake.
Onvoltooid verleden tijdPast
Een grote tak dreef in de rivier.
A big branch was floating in the river.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De fles heeft dagenlang op zee gedreven.
The bottle floated on the sea for days.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
De fles zal dagenlang op zee hebben gedreven.
The bottle will have floated at sea for days.