Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik dreig
jij/je dreigt
hij/zij/het/u dreigt
wij/we dreigen
jullie dreigen
zij/ze dreigen
onvoltooid verleden tijdpast
ik dreigde
jij/je dreigde
hij/zij/het/u dreigde
wij/we dreigden
jullie dreigden
zij/ze dreigden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedreigd
jij/je hebt gedreigd
hij/zij/het/u heeft gedreigd
wij/we hebben gedreigd
jullie hebben gedreigd
zij/ze hebben gedreigd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedreigd
jij/je had gedreigd
hij/zij/het/u had gedreigd
wij/we hadden gedreigd
jullie hadden gedreigd
zij/ze hadden gedreigd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal dreigen
jij/je zult dreigen
hij/zij/het/u zal dreigen
wij/we zullen dreigen
jullie zullen dreigen
zij/ze zullen dreigen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedreigd
jij/je zult hebben gedreigd
hij/zij/het/u zal hebben gedreigd
wij/we zullen hebben gedreigd
jullie zullen hebben gedreigd
zij/ze zullen hebben gedreigd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou dreigen
jij/je zou dreigen
hij/zij/het/u zou dreigen
wij/we zouden dreigen
jullie zouden dreigen
zij/ze zouden dreigen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedreigd
jij/je zou hebben gedreigd
hij/zij/het/u zou hebben gedreigd
wij/we zouden hebben gedreigd
jullie zouden hebben gedreigd
zij/ze zouden hebben gedreigd
gebiedende wijs: dreig
tegenwoordig deelwoord: dreigend
voltooid deelwoord: gedreigd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Donkere wolken dreigen boven de stad.
Dark clouds are threatening above the city.
Onvoltooid verleden tijdPast
De buurman dreigde met de politie.
The neighbor threatened to call the police.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De trainer heeft met extra rondjes gedreigd.
The coach threatened us with extra laps.