Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik draai
jij/je draait
hij/zij/het/u draait
wij/we draaien
jullie draaien
zij/ze draaien
onvoltooid verleden tijdpast
ik draaide
jij/je draaide
hij/zij/het/u draaide
wij/we draaiden
jullie draaiden
zij/ze draaiden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedraaid
jij/je hebt gedraaid
hij/zij/het/u heeft gedraaid
wij/we hebben gedraaid
jullie hebben gedraaid
zij/ze hebben gedraaid
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedraaid
jij/je had gedraaid
hij/zij/het/u had gedraaid
wij/we hadden gedraaid
jullie hadden gedraaid
zij/ze hadden gedraaid
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal draaien
jij/je zult draaien
hij/zij/het/u zal draaien
wij/we zullen draaien
jullie zullen draaien
zij/ze zullen draaien
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedraaid
jij/je zult hebben gedraaid
hij/zij/het/u zal hebben gedraaid
wij/we zullen hebben gedraaid
jullie zullen hebben gedraaid
zij/ze zullen hebben gedraaid
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou draaien
jij/je zou draaien
hij/zij/het/u zou draaien
wij/we zouden draaien
jullie zouden draaien
zij/ze zouden draaien
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedraaid
jij/je zou hebben gedraaid
hij/zij/het/u zou hebben gedraaid
wij/we zouden hebben gedraaid
jullie zouden hebben gedraaid
zij/ze zouden hebben gedraaid
gebiedende wijs: draai
tegenwoordig deelwoord: draaiend
voltooid deelwoord: gedraaid
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De aarde draait in een dag om haar as.
The earth turns on its axis in one day.
Onvoltooid verleden tijdPast
Ik draaide de volumeknop naar links.
I turned the volume knob to the left.
Gebiedende wijsImperative
Draai de sleutel rustig naar rechts.
Turn the key gently to the right.