Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik doof
jij/je dooft
hij/zij/het/u dooft
wij/we doven
jullie doven
zij/ze doven
onvoltooid verleden tijdpast
ik doofde
jij/je doofde
hij/zij/het/u doofde
wij/we doofden
jullie doofden
zij/ze doofden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedoofd
jij/je hebt gedoofd
hij/zij/het/u heeft gedoofd
wij/we hebben gedoofd
jullie hebben gedoofd
zij/ze hebben gedoofd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedoofd
jij/je had gedoofd
hij/zij/het/u had gedoofd
wij/we hadden gedoofd
jullie hadden gedoofd
zij/ze hadden gedoofd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal doven
jij/je zult doven
hij/zij/het/u zal doven
wij/we zullen doven
jullie zullen doven
zij/ze zullen doven
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedoofd
jij/je zult hebben gedoofd
hij/zij/het/u zal hebben gedoofd
wij/we zullen hebben gedoofd
jullie zullen hebben gedoofd
zij/ze zullen hebben gedoofd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou doven
jij/je zou doven
hij/zij/het/u zou doven
wij/we zouden doven
jullie zouden doven
zij/ze zouden doven
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedoofd
jij/je zou hebben gedoofd
hij/zij/het/u zou hebben gedoofd
wij/we zouden hebben gedoofd
jullie zouden hebben gedoofd
zij/ze zouden hebben gedoofd
gebiedende wijs: doof
tegenwoordig deelwoord: dovend
voltooid deelwoord: gedoofd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De regen dooft het kampvuur langzaam.
The rain slowly extinguishes the campfire.
Onvoltooid verleden tijdPast
De brandweer doofde het vuur binnen een uur.
The fire brigade put out the fire within an hour.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben het kampvuur voor het slapen gedoofd.
We extinguished the campfire before going to sleep.