Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik douche
jij/je doucht
hij/zij/het/u doucht
wij/we douchen
jullie douchen
zij/ze douchen
onvoltooid verleden tijdpast
ik douchte
jij/je douchte
hij/zij/het/u douchte
wij/we douchten
jullie douchten
zij/ze douchten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedoucht
jij/je hebt gedoucht
hij/zij/het/u heeft gedoucht
wij/we hebben gedoucht
jullie hebben gedoucht
zij/ze hebben gedoucht
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedoucht
jij/je had gedoucht
hij/zij/het/u had gedoucht
wij/we hadden gedoucht
jullie hadden gedoucht
zij/ze hadden gedoucht
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal douchen
jij/je zult douchen
hij/zij/het/u zal douchen
wij/we zullen douchen
jullie zullen douchen
zij/ze zullen douchen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedoucht
jij/je zult hebben gedoucht
hij/zij/het/u zal hebben gedoucht
wij/we zullen hebben gedoucht
jullie zullen hebben gedoucht
zij/ze zullen hebben gedoucht
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou douchen
jij/je zou douchen
hij/zij/het/u zou douchen
wij/we zouden douchen
jullie zouden douchen
zij/ze zouden douchen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedoucht
jij/je zou hebben gedoucht
hij/zij/het/u zou hebben gedoucht
wij/we zouden hebben gedoucht
jullie zouden hebben gedoucht
zij/ze zouden hebben gedoucht
gebiedende wijs: douche
tegenwoordig deelwoord: douchend
voltooid deelwoord: gedoucht
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik douche (me) 's ochtends snel.
I shower quickly in the morning.
De moeder doucht haar peuter.
The mother showers her toddler.
Onvoltooid verleden tijdPast
Na de training douchten we (ons) in de kleedkamer.
After training we showered in the locker room.
Voltooid verleden toekomende tijdConditional perfect
Hij zou zich hebben gedoucht, maar er was geen warm water.
He would have taken a shower, but there was no hot water.