Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik werk door
jij/je werkt door
hij/zij/het/u werkt door
wij/we werken door
jullie werken door
zij/ze werken door
onvoltooid verleden tijdpast
ik werkte door
jij/je werkte door
hij/zij/het/u werkte door
wij/we werkten door
jullie werkten door
zij/ze werkten door
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb doorgewerkt
jij/je hebt doorgewerkt
hij/zij/het/u heeft doorgewerkt
wij/we hebben doorgewerkt
jullie hebben doorgewerkt
zij/ze hebben doorgewerkt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had doorgewerkt
jij/je had doorgewerkt
hij/zij/het/u had doorgewerkt
wij/we hadden doorgewerkt
jullie hadden doorgewerkt
zij/ze hadden doorgewerkt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal doorwerken
jij/je zult doorwerken
hij/zij/het/u zal doorwerken
wij/we zullen doorwerken
jullie zullen doorwerken
zij/ze zullen doorwerken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben doorgewerkt
jij/je zult hebben doorgewerkt
hij/zij/het/u zal hebben doorgewerkt
wij/we zullen hebben doorgewerkt
jullie zullen hebben doorgewerkt
zij/ze zullen hebben doorgewerkt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou doorwerken
jij/je zou doorwerken
hij/zij/het/u zou doorwerken
wij/we zouden doorwerken
jullie zouden doorwerken
zij/ze zouden doorwerken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben doorgewerkt
jij/je zou hebben doorgewerkt
hij/zij/het/u zou hebben doorgewerkt
wij/we zouden hebben doorgewerkt
jullie zouden hebben doorgewerkt
zij/ze zouden hebben doorgewerkt
gebiedende wijs: werk door
tegenwoordig deelwoord: doorwerkend
voltooid deelwoord: doorgewerkt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij werken vandaag tot zes uur door.
We are working on until six o'clock today.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij werkte ondanks de regen gewoon door.
She simply kept working despite the rain.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb het hele weekend doorgewerkt.
I have worked through the whole weekend.