Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik heb door
jij/je hebt door
hij/zij/het/u heeft door
wij/we hebben door
jullie hebben door
zij/ze hebben door
onvoltooid verleden tijdpast
ik had door
jij/je had door
hij/zij/het/u had door
wij/we hadden door
jullie hadden door
zij/ze hadden door
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb doorgehad
jij/je hebt doorgehad
hij/zij/het/u heeft doorgehad
wij/we hebben doorgehad
jullie hebben doorgehad
zij/ze hebben doorgehad
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had doorgehad
jij/je had doorgehad
hij/zij/het/u had doorgehad
wij/we hadden doorgehad
jullie hadden doorgehad
zij/ze hadden doorgehad
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal doorhebben
jij/je zult doorhebben
hij/zij/het/u zal doorhebben
wij/we zullen doorhebben
jullie zullen doorhebben
zij/ze zullen doorhebben
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben doorgehad
jij/je zult hebben doorgehad
hij/zij/het/u zal hebben doorgehad
wij/we zullen hebben doorgehad
jullie zullen hebben doorgehad
zij/ze zullen hebben doorgehad
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou doorhebben
jij/je zou doorhebben
hij/zij/het/u zou doorhebben
wij/we zouden doorhebben
jullie zouden doorhebben
zij/ze zouden doorhebben
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben doorgehad
jij/je zou hebben doorgehad
hij/zij/het/u zou hebben doorgehad
wij/we zouden hebben doorgehad
jullie zouden hebben doorgehad
zij/ze zouden hebben doorgehad
gebiedende wijs: heb door
tegenwoordig deelwoord: doorhebbend
voltooid deelwoord: doorgehad
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik heb de grap nu pas door.
I only get the joke now.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij had het trucje meteen door.
She saw through the trick immediately.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij heeft het pas na een uur doorgehad.
He only realized it after an hour.