Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik ga door
jij/je gaat door
hij/zij/het/u gaat door
wij/we gaan door
jullie gaan door
zij/ze gaan door
onvoltooid verleden tijdpast
ik ging door
jij/je ging door
hij/zij/het/u ging door
wij/we gingen door
jullie gingen door
zij/ze gingen door
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben doorgegaan
jij/je bent doorgegaan
hij/zij/het/u is doorgegaan
wij/we zijn doorgegaan
jullie zijn doorgegaan
zij/ze zijn doorgegaan
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was doorgegaan
jij/je was doorgegaan
hij/zij/het/u was doorgegaan
wij/we waren doorgegaan
jullie waren doorgegaan
zij/ze waren doorgegaan
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal doorgaan
jij/je zult doorgaan
hij/zij/het/u zal doorgaan
wij/we zullen doorgaan
jullie zullen doorgaan
zij/ze zullen doorgaan
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn doorgegaan
jij/je zult zijn doorgegaan
hij/zij/het/u zal zijn doorgegaan
wij/we zullen zijn doorgegaan
jullie zullen zijn doorgegaan
zij/ze zullen zijn doorgegaan
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou doorgaan
jij/je zou doorgaan
hij/zij/het/u zou doorgaan
wij/we zouden doorgaan
jullie zouden doorgaan
zij/ze zouden doorgaan
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn doorgegaan
jij/je zou zijn doorgegaan
hij/zij/het/u zou zijn doorgegaan
wij/we zouden zijn doorgegaan
jullie zouden zijn doorgegaan
zij/ze zouden zijn doorgegaan
gebiedende wijs: ga door
tegenwoordig deelwoord: doorgaand
voltooid deelwoord: doorgegaan
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De les gaat bij regen gewoon door.
The lesson goes ahead as usual in the rain.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Het feest zal volgende week zeker doorgaan.
The party will definitely go ahead next week.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De wedstrijd is ondanks de sneeuw doorgegaan.
The match went ahead despite the snow.