Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik doneer
jij/je doneert
hij/zij/het/u doneert
wij/we doneren
jullie doneren
zij/ze doneren
onvoltooid verleden tijdpast
ik doneerde
jij/je doneerde
hij/zij/het/u doneerde
wij/we doneerden
jullie doneerden
zij/ze doneerden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedoneerd
jij/je hebt gedoneerd
hij/zij/het/u heeft gedoneerd
wij/we hebben gedoneerd
jullie hebben gedoneerd
zij/ze hebben gedoneerd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedoneerd
jij/je had gedoneerd
hij/zij/het/u had gedoneerd
wij/we hadden gedoneerd
jullie hadden gedoneerd
zij/ze hadden gedoneerd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal doneren
jij/je zult doneren
hij/zij/het/u zal doneren
wij/we zullen doneren
jullie zullen doneren
zij/ze zullen doneren
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedoneerd
jij/je zult hebben gedoneerd
hij/zij/het/u zal hebben gedoneerd
wij/we zullen hebben gedoneerd
jullie zullen hebben gedoneerd
zij/ze zullen hebben gedoneerd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou doneren
jij/je zou doneren
hij/zij/het/u zou doneren
wij/we zouden doneren
jullie zouden doneren
zij/ze zouden doneren
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedoneerd
jij/je zou hebben gedoneerd
hij/zij/het/u zou hebben gedoneerd
wij/we zouden hebben gedoneerd
jullie zouden hebben gedoneerd
zij/ze zouden hebben gedoneerd
gebiedende wijs: doneer
tegenwoordig deelwoord: donerend
voltooid deelwoord: gedoneerd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik doneer elke maand aan het Rode Kruis.
I donate to the Red Cross every month.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben oude kleren aan de kringloop gedoneerd.
We donated old clothes to the thrift store.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Het bedrijf zal duizend euro doneren aan de school.
The company will donate a thousand euros to the school.