Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik domineer
jij/je domineert
hij/zij/het/u domineert
wij/we domineren
jullie domineren
zij/ze domineren
onvoltooid verleden tijdpast
ik domineerde
jij/je domineerde
hij/zij/het/u domineerde
wij/we domineerden
jullie domineerden
zij/ze domineerden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedomineerd
jij/je hebt gedomineerd
hij/zij/het/u heeft gedomineerd
wij/we hebben gedomineerd
jullie hebben gedomineerd
zij/ze hebben gedomineerd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedomineerd
jij/je had gedomineerd
hij/zij/het/u had gedomineerd
wij/we hadden gedomineerd
jullie hadden gedomineerd
zij/ze hadden gedomineerd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal domineren
jij/je zult domineren
hij/zij/het/u zal domineren
wij/we zullen domineren
jullie zullen domineren
zij/ze zullen domineren
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedomineerd
jij/je zult hebben gedomineerd
hij/zij/het/u zal hebben gedomineerd
wij/we zullen hebben gedomineerd
jullie zullen hebben gedomineerd
zij/ze zullen hebben gedomineerd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou domineren
jij/je zou domineren
hij/zij/het/u zou domineren
wij/we zouden domineren
jullie zouden domineren
zij/ze zouden domineren
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedomineerd
jij/je zou hebben gedomineerd
hij/zij/het/u zou hebben gedomineerd
wij/we zouden hebben gedomineerd
jullie zouden hebben gedomineerd
zij/ze zouden hebben gedomineerd
gebiedende wijs: domineer
tegenwoordig deelwoord: dominerend
voltooid deelwoord: gedomineerd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Dat ene onderwerp domineert het hele gesprek.
That one topic dominates the whole conversation.
Onvoltooid verleden tijdPast
De thuisploeg domineerde de eerste helft volledig.
The home team completely dominated the first half.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Dit team zal de competitie dit jaar domineren.
This team will dominate the league this year.