Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik doe
jij/je doet
hij/zij/het/u doet
wij/we doen
jullie doen
zij/ze doen
onvoltooid verleden tijdpast
ik deed
jij/je deed
hij/zij/het/u deed
wij/we deden
jullie deden
zij/ze deden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedaan
jij/je hebt gedaan
hij/zij/het/u heeft gedaan
wij/we hebben gedaan
jullie hebben gedaan
zij/ze hebben gedaan
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedaan
jij/je had gedaan
hij/zij/het/u had gedaan
wij/we hadden gedaan
jullie hadden gedaan
zij/ze hadden gedaan
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal doen
jij/je zult doen
hij/zij/het/u zal doen
wij/we zullen doen
jullie zullen doen
zij/ze zullen doen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedaan
jij/je zult hebben gedaan
hij/zij/het/u zal hebben gedaan
wij/we zullen hebben gedaan
jullie zullen hebben gedaan
zij/ze zullen hebben gedaan
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou doen
jij/je zou doen
hij/zij/het/u zou doen
wij/we zouden doen
jullie zouden doen
zij/ze zouden doen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedaan
jij/je zou hebben gedaan
hij/zij/het/u zou hebben gedaan
wij/we zouden hebben gedaan
jullie zouden hebben gedaan
zij/ze zouden hebben gedaan
gebiedende wijs: doe
tegenwoordig deelwoord: doend
voltooid deelwoord: gedaan
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik doe elke zaterdag boodschappen op de markt.
I do the shopping at the market every Saturday.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij deed gisteren de afwas na het eten.
He did the dishes after dinner yesterday.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben vandaag veel gedaan in huis.
We got a lot done around the house today.