Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik denk
jij/je denkt
hij/zij/het/u denkt
wij/we denken
jullie denken
zij/ze denken
onvoltooid verleden tijdpast
ik dacht
jij/je dacht
hij/zij/het/u dacht
wij/we dachten
jullie dachten
zij/ze dachten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedacht
jij/je hebt gedacht
hij/zij/het/u heeft gedacht
wij/we hebben gedacht
jullie hebben gedacht
zij/ze hebben gedacht
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedacht
jij/je had gedacht
hij/zij/het/u had gedacht
wij/we hadden gedacht
jullie hadden gedacht
zij/ze hadden gedacht
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal denken
jij/je zult denken
hij/zij/het/u zal denken
wij/we zullen denken
jullie zullen denken
zij/ze zullen denken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedacht
jij/je zult hebben gedacht
hij/zij/het/u zal hebben gedacht
wij/we zullen hebben gedacht
jullie zullen hebben gedacht
zij/ze zullen hebben gedacht
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou denken
jij/je zou denken
hij/zij/het/u zou denken
wij/we zouden denken
jullie zouden denken
zij/ze zouden denken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedacht
jij/je zou hebben gedacht
hij/zij/het/u zou hebben gedacht
wij/we zouden hebben gedacht
jullie zouden hebben gedacht
zij/ze zouden hebben gedacht
gebiedende wijs: denk
tegenwoordig deelwoord: denkend
voltooid deelwoord: gedacht
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik denk vaak aan mijn vakantie in Spanje.
I often think about my vacation in Spain.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij dacht de hele dag aan het examen.
She thought about the exam all day.
Gebiedende wijsImperative
Denk even aan je afspraak van morgen.
Remember your appointment tomorrow.