Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik neem deel
jij/je neemt deel
hij/zij/het/u neemt deel
wij/we nemen deel
jullie nemen deel
zij/ze nemen deel
onvoltooid verleden tijdpast
ik nam deel
jij/je nam deel
hij/zij/het/u nam deel
wij/we namen deel
jullie namen deel
zij/ze namen deel
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb deelgenomen
jij/je hebt deelgenomen
hij/zij/het/u heeft deelgenomen
wij/we hebben deelgenomen
jullie hebben deelgenomen
zij/ze hebben deelgenomen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had deelgenomen
jij/je had deelgenomen
hij/zij/het/u had deelgenomen
wij/we hadden deelgenomen
jullie hadden deelgenomen
zij/ze hadden deelgenomen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal deelnemen
jij/je zult deelnemen
hij/zij/het/u zal deelnemen
wij/we zullen deelnemen
jullie zullen deelnemen
zij/ze zullen deelnemen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben deelgenomen
jij/je zult hebben deelgenomen
hij/zij/het/u zal hebben deelgenomen
wij/we zullen hebben deelgenomen
jullie zullen hebben deelgenomen
zij/ze zullen hebben deelgenomen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou deelnemen
jij/je zou deelnemen
hij/zij/het/u zou deelnemen
wij/we zouden deelnemen
jullie zouden deelnemen
zij/ze zouden deelnemen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben deelgenomen
jij/je zou hebben deelgenomen
hij/zij/het/u zou hebben deelgenomen
wij/we zouden hebben deelgenomen
jullie zouden hebben deelgenomen
zij/ze zouden hebben deelgenomen
gebiedende wijs: neem deel
tegenwoordig deelwoord: deelnemend
voltooid deelwoord: deelgenomen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij nemen dit jaar deel aan de marathon.
We are taking part in the marathon this year.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb aan de cursus Spaans deelgenomen.
I took part in the Spanish course.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Zij zal volgend jaar deelnemen aan de wedstrijd.
She will take part in the competition next year.