Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik dank
jij/je dankt
hij/zij/het/u dankt
wij/we danken
jullie danken
zij/ze danken
onvoltooid verleden tijdpast
ik dankte
jij/je dankte
hij/zij/het/u dankte
wij/we dankten
jullie dankten
zij/ze dankten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedankt
jij/je hebt gedankt
hij/zij/het/u heeft gedankt
wij/we hebben gedankt
jullie hebben gedankt
zij/ze hebben gedankt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedankt
jij/je had gedankt
hij/zij/het/u had gedankt
wij/we hadden gedankt
jullie hadden gedankt
zij/ze hadden gedankt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal danken
jij/je zult danken
hij/zij/het/u zal danken
wij/we zullen danken
jullie zullen danken
zij/ze zullen danken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedankt
jij/je zult hebben gedankt
hij/zij/het/u zal hebben gedankt
wij/we zullen hebben gedankt
jullie zullen hebben gedankt
zij/ze zullen hebben gedankt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou danken
jij/je zou danken
hij/zij/het/u zou danken
wij/we zouden danken
jullie zouden danken
zij/ze zouden danken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedankt
jij/je zou hebben gedankt
hij/zij/het/u zou hebben gedankt
wij/we zouden hebben gedankt
jullie zouden hebben gedankt
zij/ze zouden hebben gedankt
gebiedende wijs: dank
tegenwoordig deelwoord: dankend
voltooid deelwoord: gedankt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik dank jullie voor de gezellige avond.
I thank you all for the pleasant evening.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij dankte de vrijwilligers voor hun hulp.
He thanked the volunteers for their help.
Gebiedende wijsImperative
Dank je ouders voor al hun steun.
Thank your parents for all their support.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
Hij zal zijn ouders in zijn toespraak hebben gedankt.
He will have thanked his parents in his speech.