Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik corrigeer
jij/je corrigeert
hij/zij/het/u corrigeert
wij/we corrigeren
jullie corrigeren
zij/ze corrigeren
onvoltooid verleden tijdpast
ik corrigeerde
jij/je corrigeerde
hij/zij/het/u corrigeerde
wij/we corrigeerden
jullie corrigeerden
zij/ze corrigeerden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gecorrigeerd
jij/je hebt gecorrigeerd
hij/zij/het/u heeft gecorrigeerd
wij/we hebben gecorrigeerd
jullie hebben gecorrigeerd
zij/ze hebben gecorrigeerd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gecorrigeerd
jij/je had gecorrigeerd
hij/zij/het/u had gecorrigeerd
wij/we hadden gecorrigeerd
jullie hadden gecorrigeerd
zij/ze hadden gecorrigeerd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal corrigeren
jij/je zult corrigeren
hij/zij/het/u zal corrigeren
wij/we zullen corrigeren
jullie zullen corrigeren
zij/ze zullen corrigeren
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gecorrigeerd
jij/je zult hebben gecorrigeerd
hij/zij/het/u zal hebben gecorrigeerd
wij/we zullen hebben gecorrigeerd
jullie zullen hebben gecorrigeerd
zij/ze zullen hebben gecorrigeerd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou corrigeren
jij/je zou corrigeren
hij/zij/het/u zou corrigeren
wij/we zouden corrigeren
jullie zouden corrigeren
zij/ze zouden corrigeren
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gecorrigeerd
jij/je zou hebben gecorrigeerd
hij/zij/het/u zou hebben gecorrigeerd
wij/we zouden hebben gecorrigeerd
jullie zouden hebben gecorrigeerd
zij/ze zouden hebben gecorrigeerd
gebiedende wijs: corrigeer
tegenwoordig deelwoord: corrigerend
voltooid deelwoord: gecorrigeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Hij corrigeert zich meteen.
He corrects himself immediately.
Onvoltooid verleden tijdPast
De docent corrigeerde de toets.
The teacher corrected the test.
Voltooid verleden toekomende tijdConditional perfect
Ik zou me hebben gecorrigeerd, maar niemand merkte de fout.
I would have corrected myself, but nobody noticed the mistake.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
De docenten zouden de toetsen dit weekend corrigeren.
The teachers would correct the tests this weekend.