Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik communiceer
jij/je communiceert
hij/zij/het/u communiceert
wij/we communiceren
jullie communiceren
zij/ze communiceren
onvoltooid verleden tijdpast
ik communiceerde
jij/je communiceerde
hij/zij/het/u communiceerde
wij/we communiceerden
jullie communiceerden
zij/ze communiceerden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gecommuniceerd
jij/je hebt gecommuniceerd
hij/zij/het/u heeft gecommuniceerd
wij/we hebben gecommuniceerd
jullie hebben gecommuniceerd
zij/ze hebben gecommuniceerd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gecommuniceerd
jij/je had gecommuniceerd
hij/zij/het/u had gecommuniceerd
wij/we hadden gecommuniceerd
jullie hadden gecommuniceerd
zij/ze hadden gecommuniceerd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal communiceren
jij/je zult communiceren
hij/zij/het/u zal communiceren
wij/we zullen communiceren
jullie zullen communiceren
zij/ze zullen communiceren
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gecommuniceerd
jij/je zult hebben gecommuniceerd
hij/zij/het/u zal hebben gecommuniceerd
wij/we zullen hebben gecommuniceerd
jullie zullen hebben gecommuniceerd
zij/ze zullen hebben gecommuniceerd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou communiceren
jij/je zou communiceren
hij/zij/het/u zou communiceren
wij/we zouden communiceren
jullie zouden communiceren
zij/ze zouden communiceren
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gecommuniceerd
jij/je zou hebben gecommuniceerd
hij/zij/het/u zou hebben gecommuniceerd
wij/we zouden hebben gecommuniceerd
jullie zouden hebben gecommuniceerd
zij/ze zouden hebben gecommuniceerd
gebiedende wijs: communiceer
tegenwoordig deelwoord: communicerend
voltooid deelwoord: gecommuniceerd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij communiceren elke dag via e-mail op het werk.
We communicate by email every day at work.
Onvoltooid verleden tijdPast
De leraar communiceerde duidelijk met de ouders.
The teacher communicated clearly with the parents.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb gisteren goed gecommuniceerd met mijn collega.
I communicated well with my colleague yesterday.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
De teams zullen vooral per e-mail hebben gecommuniceerd.
The teams will mainly have communicated by email.