Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik codeer
jij/je codeert
hij/zij/het/u codeert
wij/we coderen
jullie coderen
zij/ze coderen
onvoltooid verleden tijdpast
ik codeerde
jij/je codeerde
hij/zij/het/u codeerde
wij/we codeerden
jullie codeerden
zij/ze codeerden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gecodeerd
jij/je hebt gecodeerd
hij/zij/het/u heeft gecodeerd
wij/we hebben gecodeerd
jullie hebben gecodeerd
zij/ze hebben gecodeerd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gecodeerd
jij/je had gecodeerd
hij/zij/het/u had gecodeerd
wij/we hadden gecodeerd
jullie hadden gecodeerd
zij/ze hadden gecodeerd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal coderen
jij/je zult coderen
hij/zij/het/u zal coderen
wij/we zullen coderen
jullie zullen coderen
zij/ze zullen coderen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gecodeerd
jij/je zult hebben gecodeerd
hij/zij/het/u zal hebben gecodeerd
wij/we zullen hebben gecodeerd
jullie zullen hebben gecodeerd
zij/ze zullen hebben gecodeerd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou coderen
jij/je zou coderen
hij/zij/het/u zou coderen
wij/we zouden coderen
jullie zouden coderen
zij/ze zouden coderen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gecodeerd
jij/je zou hebben gecodeerd
hij/zij/het/u zou hebben gecodeerd
wij/we zouden hebben gecodeerd
jullie zouden hebben gecodeerd
zij/ze zouden hebben gecodeerd
gebiedende wijs: codeer
tegenwoordig deelwoord: coderend
voltooid deelwoord: gecodeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Het systeem codeert alle berichten automatisch.
The system encodes all messages automatically.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben de gegevens veilig gecodeerd.
We encoded the data securely.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
De app zal je wachtwoord voortaan coderen.
The app will encode your password from now on.