Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik boen
jij/je boent
hij/zij/het/u boent
wij/we boenen
jullie boenen
zij/ze boenen
onvoltooid verleden tijdpast
ik boende
jij/je boende
hij/zij/het/u boende
wij/we boenden
jullie boenden
zij/ze boenden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geboend
jij/je hebt geboend
hij/zij/het/u heeft geboend
wij/we hebben geboend
jullie hebben geboend
zij/ze hebben geboend
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geboend
jij/je had geboend
hij/zij/het/u had geboend
wij/we hadden geboend
jullie hadden geboend
zij/ze hadden geboend
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal boenen
jij/je zult boenen
hij/zij/het/u zal boenen
wij/we zullen boenen
jullie zullen boenen
zij/ze zullen boenen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geboend
jij/je zult hebben geboend
hij/zij/het/u zal hebben geboend
wij/we zullen hebben geboend
jullie zullen hebben geboend
zij/ze zullen hebben geboend
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou boenen
jij/je zou boenen
hij/zij/het/u zou boenen
wij/we zouden boenen
jullie zouden boenen
zij/ze zouden boenen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geboend
jij/je zou hebben geboend
hij/zij/het/u zou hebben geboend
wij/we zouden hebben geboend
jullie zouden hebben geboend
zij/ze zouden hebben geboend
gebiedende wijs: boen
tegenwoordig deelwoord: boenend
voltooid deelwoord: geboend
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Opa boent elke zaterdag de vloer.
Grandpa scrubs the floor every Saturday.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij boende gisteren de hele keuken.
She scrubbed the whole kitchen yesterday.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben de tegels flink geboend.
We scrubbed the tiles thoroughly.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
Oma zal de hele vloer weer hebben geboend voor het bezoek.
Grandma will have scrubbed the whole floor again before the visit.