Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik bloed
jij/je bloedt
hij/zij/het/u bloedt
wij/we bloeden
jullie bloeden
zij/ze bloeden
onvoltooid verleden tijdpast
ik bloedde
jij/je bloedde
hij/zij/het/u bloedde
wij/we bloedden
jullie bloedden
zij/ze bloedden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gebloed
jij/je hebt gebloed
hij/zij/het/u heeft gebloed
wij/we hebben gebloed
jullie hebben gebloed
zij/ze hebben gebloed
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gebloed
jij/je had gebloed
hij/zij/het/u had gebloed
wij/we hadden gebloed
jullie hadden gebloed
zij/ze hadden gebloed
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal bloeden
jij/je zult bloeden
hij/zij/het/u zal bloeden
wij/we zullen bloeden
jullie zullen bloeden
zij/ze zullen bloeden
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gebloed
jij/je zult hebben gebloed
hij/zij/het/u zal hebben gebloed
wij/we zullen hebben gebloed
jullie zullen hebben gebloed
zij/ze zullen hebben gebloed
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou bloeden
jij/je zou bloeden
hij/zij/het/u zou bloeden
wij/we zouden bloeden
jullie zouden bloeden
zij/ze zouden bloeden
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gebloed
jij/je zou hebben gebloed
hij/zij/het/u zou hebben gebloed
wij/we zouden hebben gebloed
jullie zouden hebben gebloed
zij/ze zouden hebben gebloed
gebiedende wijs: bloed
tegenwoordig deelwoord: bloedend
voltooid deelwoord: gebloed
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Mijn vinger bloedt een beetje.
My finger is bleeding a little.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zijn knie bloedde na de val.
His knee bled after the fall.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De wond heeft maar kort gebloed.
The wound only bled briefly.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
Zonder verband zou de kleine wond nog lang bloeden.
Without a bandage the small wound would keep bleeding for a long time.