Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik blijf
jij/je blijft
hij/zij/het/u blijft
wij/we blijven
jullie blijven
zij/ze blijven
onvoltooid verleden tijdpast
ik bleef
jij/je bleef
hij/zij/het/u bleef
wij/we bleven
jullie bleven
zij/ze bleven
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben gebleven
jij/je bent gebleven
hij/zij/het/u is gebleven
wij/we zijn gebleven
jullie zijn gebleven
zij/ze zijn gebleven
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was gebleven
jij/je was gebleven
hij/zij/het/u was gebleven
wij/we waren gebleven
jullie waren gebleven
zij/ze waren gebleven
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal blijven
jij/je zult blijven
hij/zij/het/u zal blijven
wij/we zullen blijven
jullie zullen blijven
zij/ze zullen blijven
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn gebleven
jij/je zult zijn gebleven
hij/zij/het/u zal zijn gebleven
wij/we zullen zijn gebleven
jullie zullen zijn gebleven
zij/ze zullen zijn gebleven
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou blijven
jij/je zou blijven
hij/zij/het/u zou blijven
wij/we zouden blijven
jullie zouden blijven
zij/ze zouden blijven
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn gebleven
jij/je zou zijn gebleven
hij/zij/het/u zou zijn gebleven
wij/we zouden zijn gebleven
jullie zouden zijn gebleven
zij/ze zouden zijn gebleven
gebiedende wijs: blijf
tegenwoordig deelwoord: blijvend
voltooid deelwoord: gebleven
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik blijf vanavond gewoon thuis.
I am just staying home tonight.
Onvoltooid verleden tijdPast
Wij bleven tot middernacht op het feest.
We stayed at the party until midnight.
Gebiedende wijsImperative
Blijf nog even voor een kopje koffie.
Stay a little longer for a cup of coffee.