Dutch Conjugations - BINNENGAAN Hidden OG Image
  polytripper

  


binnengaan
   
- to go in

strong (sterk) separable aux: zijn ging binnen — binnengegaan


Display tenses in:

Display tenses in:


onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
onvoltooid verleden tijdpast
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect

ik
ga binnen
ging binnen
ben binnengegaan
jij/je
gaat binnen
ging binnen
bent binnengegaan
hij/zij/het/u
gaat binnen
ging binnen
is binnengegaan
wij/we
gaan binnen
gingen binnen
zijn binnengegaan
jullie
gaan binnen
gingen binnen
zijn binnengegaan
zij/ze
gaan binnen
gingen binnen
zijn binnengegaan

voltooid verleden tijdpast perfect
onvoltooid toekomende tijdfuture
voltooid toekomende tijdfuture perfect

ik
was binnengegaan
zal binnengaan
zal zijn binnengegaan
jij/je
was binnengegaan
zult binnengaan
zult zijn binnengegaan
hij/zij/het/u
was binnengegaan
zal binnengaan
zal zijn binnengegaan
wij/we
waren binnengegaan
zullen binnengaan
zullen zijn binnengegaan
jullie
waren binnengegaan
zullen binnengaan
zullen zijn binnengegaan
zij/ze
waren binnengegaan
zullen binnengaan
zullen zijn binnengegaan

onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect

ik
zou binnengaan
zou zijn binnengegaan
jij/je
zou binnengaan
zou zijn binnengegaan
hij/zij/het/u
zou binnengaan
zou zijn binnengegaan
wij/we
zouden binnengaan
zouden zijn binnengegaan
jullie
zouden binnengaan
zouden zijn binnengegaan
zij/ze
zouden binnengaan
zouden zijn binnengegaan

onvoltooid tegenwoordige tijdpresent

ik ga binnen

jij/je gaat binnen

hij/zij/het/u gaat binnen

wij/we gaan binnen

jullie gaan binnen

zij/ze gaan binnen


onvoltooid verleden tijdpast

ik ging binnen

jij/je ging binnen

hij/zij/het/u ging binnen

wij/we gingen binnen

jullie gingen binnen

zij/ze gingen binnen


voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect

ik ben binnengegaan

jij/je bent binnengegaan

hij/zij/het/u is binnengegaan

wij/we zijn binnengegaan

jullie zijn binnengegaan

zij/ze zijn binnengegaan


voltooid verleden tijdpast perfect

ik was binnengegaan

jij/je was binnengegaan

hij/zij/het/u was binnengegaan

wij/we waren binnengegaan

jullie waren binnengegaan

zij/ze waren binnengegaan


onvoltooid toekomende tijdfuture

ik zal binnengaan

jij/je zult binnengaan

hij/zij/het/u zal binnengaan

wij/we zullen binnengaan

jullie zullen binnengaan

zij/ze zullen binnengaan


voltooid toekomende tijdfuture perfect

ik zal zijn binnengegaan

jij/je zult zijn binnengegaan

hij/zij/het/u zal zijn binnengegaan

wij/we zullen zijn binnengegaan

jullie zullen zijn binnengegaan

zij/ze zullen zijn binnengegaan


onvoltooid verleden toekomende tijdconditional

ik zou binnengaan

jij/je zou binnengaan

hij/zij/het/u zou binnengaan

wij/we zouden binnengaan

jullie zouden binnengaan

zij/ze zouden binnengaan


voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect

ik zou zijn binnengegaan

jij/je zou zijn binnengegaan

hij/zij/het/u zou zijn binnengegaan

wij/we zouden zijn binnengegaan

jullie zouden zijn binnengegaan

zij/ze zouden zijn binnengegaan



gebiedende wijs: ga binnen

tegenwoordig deelwoord: binnengaand

voltooid deelwoord: binnengegaan


Example Sentences


Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent

Wij gaan de kerk heel stil binnen.

We enter the church very quietly.


Onvoltooid verleden tijdPast

Hij ging zonder kloppen de kamer binnen.

He entered the room without knocking.


Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect

De kinderen zijn net de school binnengegaan.

The children have just entered the school.