Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik ga binnen
jij/je gaat binnen
hij/zij/het/u gaat binnen
wij/we gaan binnen
jullie gaan binnen
zij/ze gaan binnen
onvoltooid verleden tijdpast
ik ging binnen
jij/je ging binnen
hij/zij/het/u ging binnen
wij/we gingen binnen
jullie gingen binnen
zij/ze gingen binnen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben binnengegaan
jij/je bent binnengegaan
hij/zij/het/u is binnengegaan
wij/we zijn binnengegaan
jullie zijn binnengegaan
zij/ze zijn binnengegaan
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was binnengegaan
jij/je was binnengegaan
hij/zij/het/u was binnengegaan
wij/we waren binnengegaan
jullie waren binnengegaan
zij/ze waren binnengegaan
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal binnengaan
jij/je zult binnengaan
hij/zij/het/u zal binnengaan
wij/we zullen binnengaan
jullie zullen binnengaan
zij/ze zullen binnengaan
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn binnengegaan
jij/je zult zijn binnengegaan
hij/zij/het/u zal zijn binnengegaan
wij/we zullen zijn binnengegaan
jullie zullen zijn binnengegaan
zij/ze zullen zijn binnengegaan
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou binnengaan
jij/je zou binnengaan
hij/zij/het/u zou binnengaan
wij/we zouden binnengaan
jullie zouden binnengaan
zij/ze zouden binnengaan
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn binnengegaan
jij/je zou zijn binnengegaan
hij/zij/het/u zou zijn binnengegaan
wij/we zouden zijn binnengegaan
jullie zouden zijn binnengegaan
zij/ze zouden zijn binnengegaan
gebiedende wijs: ga binnen
tegenwoordig deelwoord: binnengaand
voltooid deelwoord: binnengegaan
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij gaan de kerk heel stil binnen.
We enter the church very quietly.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij ging zonder kloppen de kamer binnen.
He entered the room without knocking.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De kinderen zijn net de school binnengegaan.
The children have just entered the school.