Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik dring binnen
jij/je dringt binnen
hij/zij/het/u dringt binnen
wij/we dringen binnen
jullie dringen binnen
zij/ze dringen binnen
onvoltooid verleden tijdpast
ik drong binnen
jij/je drong binnen
hij/zij/het/u drong binnen
wij/we drongen binnen
jullie drongen binnen
zij/ze drongen binnen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben binnengedrongen
jij/je bent binnengedrongen
hij/zij/het/u is binnengedrongen
wij/we zijn binnengedrongen
jullie zijn binnengedrongen
zij/ze zijn binnengedrongen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was binnengedrongen
jij/je was binnengedrongen
hij/zij/het/u was binnengedrongen
wij/we waren binnengedrongen
jullie waren binnengedrongen
zij/ze waren binnengedrongen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal binnendringen
jij/je zult binnendringen
hij/zij/het/u zal binnendringen
wij/we zullen binnendringen
jullie zullen binnendringen
zij/ze zullen binnendringen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn binnengedrongen
jij/je zult zijn binnengedrongen
hij/zij/het/u zal zijn binnengedrongen
wij/we zullen zijn binnengedrongen
jullie zullen zijn binnengedrongen
zij/ze zullen zijn binnengedrongen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou binnendringen
jij/je zou binnendringen
hij/zij/het/u zou binnendringen
wij/we zouden binnendringen
jullie zouden binnendringen
zij/ze zouden binnendringen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn binnengedrongen
jij/je zou zijn binnengedrongen
hij/zij/het/u zou zijn binnengedrongen
wij/we zouden zijn binnengedrongen
jullie zouden zijn binnengedrongen
zij/ze zouden zijn binnengedrongen
gebiedende wijs: dring binnen
tegenwoordig deelwoord: binnendringend
voltooid deelwoord: binnengedrongen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Het water dringt langzaam de kelder binnen.
The water is slowly seeping into the basement.
Onvoltooid verleden tijdPast
De fans drongen het stadion binnen.
The fans forced their way into the stadium.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De kou is door het open raam binnengedrongen.
The cold got in through the open window.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
De dief zal via het raam zijn binnengedrongen.
The thief will have gotten in through the window.