Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik bied
jij/je biedt
hij/zij/het/u biedt
wij/we bieden
jullie bieden
zij/ze bieden
onvoltooid verleden tijdpast
ik bood
jij/je bood
hij/zij/het/u bood
wij/we boden
jullie boden
zij/ze boden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geboden
jij/je hebt geboden
hij/zij/het/u heeft geboden
wij/we hebben geboden
jullie hebben geboden
zij/ze hebben geboden
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geboden
jij/je had geboden
hij/zij/het/u had geboden
wij/we hadden geboden
jullie hadden geboden
zij/ze hadden geboden
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal bieden
jij/je zult bieden
hij/zij/het/u zal bieden
wij/we zullen bieden
jullie zullen bieden
zij/ze zullen bieden
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geboden
jij/je zult hebben geboden
hij/zij/het/u zal hebben geboden
wij/we zullen hebben geboden
jullie zullen hebben geboden
zij/ze zullen hebben geboden
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou bieden
jij/je zou bieden
hij/zij/het/u zou bieden
wij/we zouden bieden
jullie zouden bieden
zij/ze zouden bieden
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geboden
jij/je zou hebben geboden
hij/zij/het/u zou hebben geboden
wij/we zouden hebben geboden
jullie zouden hebben geboden
zij/ze zouden hebben geboden
gebiedende wijs: bied
tegenwoordig deelwoord: biedend
voltooid deelwoord: geboden
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik bied vijftig euro voor die fiets.
I offer fifty euros for that bike.
Onvoltooid verleden tijdPast
Het hotel bood een prachtig uitzicht op zee.
The hotel offered a wonderful view of the sea.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben te weinig geboden op het huis.
We bid too little on the house.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
Deze baan zou veel nieuwe kansen bieden.
This job would offer many new opportunities.