Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik bevind
jij/je bevindt
hij/zij/het/u bevindt
wij/we bevinden
jullie bevinden
zij/ze bevinden
onvoltooid verleden tijdpast
ik bevond
jij/je bevond
hij/zij/het/u bevond
wij/we bevonden
jullie bevonden
zij/ze bevonden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb bevonden
jij/je hebt bevonden
hij/zij/het/u heeft bevonden
wij/we hebben bevonden
jullie hebben bevonden
zij/ze hebben bevonden
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had bevonden
jij/je had bevonden
hij/zij/het/u had bevonden
wij/we hadden bevonden
jullie hadden bevonden
zij/ze hadden bevonden
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal bevinden
jij/je zult bevinden
hij/zij/het/u zal bevinden
wij/we zullen bevinden
jullie zullen bevinden
zij/ze zullen bevinden
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben bevonden
jij/je zult hebben bevonden
hij/zij/het/u zal hebben bevonden
wij/we zullen hebben bevonden
jullie zullen hebben bevonden
zij/ze zullen hebben bevonden
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou bevinden
jij/je zou bevinden
hij/zij/het/u zou bevinden
wij/we zouden bevinden
jullie zouden bevinden
zij/ze zouden bevinden
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben bevonden
jij/je zou hebben bevonden
hij/zij/het/u zou hebben bevonden
wij/we zouden hebben bevonden
jullie zouden hebben bevonden
zij/ze zouden hebben bevonden
gebiedende wijs: bevind
tegenwoordig deelwoord: bevindend
voltooid deelwoord: bevonden
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Het museum bevindt zich naast het park.
The museum is located next to the park.
Onvoltooid verleden tijdPast
Wij bevonden ons plots in een lange rij.
We suddenly found ourselves in a long line.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De keuring heeft de auto veilig bevonden.
The inspection found the car to be safe.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
Het hotel zou zich vlak bij het strand bevinden.
The hotel was supposed to be located right by the beach.