Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik betwist
jij/je betwist
hij/zij/het/u betwist
wij/we betwisten
jullie betwisten
zij/ze betwisten
onvoltooid verleden tijdpast
ik betwistte
jij/je betwistte
hij/zij/het/u betwistte
wij/we betwistten
jullie betwistten
zij/ze betwistten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb betwist
jij/je hebt betwist
hij/zij/het/u heeft betwist
wij/we hebben betwist
jullie hebben betwist
zij/ze hebben betwist
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had betwist
jij/je had betwist
hij/zij/het/u had betwist
wij/we hadden betwist
jullie hadden betwist
zij/ze hadden betwist
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal betwisten
jij/je zult betwisten
hij/zij/het/u zal betwisten
wij/we zullen betwisten
jullie zullen betwisten
zij/ze zullen betwisten
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben betwist
jij/je zult hebben betwist
hij/zij/het/u zal hebben betwist
wij/we zullen hebben betwist
jullie zullen hebben betwist
zij/ze zullen hebben betwist
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou betwisten
jij/je zou betwisten
hij/zij/het/u zou betwisten
wij/we zouden betwisten
jullie zouden betwisten
zij/ze zouden betwisten
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben betwist
jij/je zou hebben betwist
hij/zij/het/u zou hebben betwist
wij/we zouden hebben betwist
jullie zouden hebben betwist
zij/ze zouden hebben betwist
gebiedende wijs: betwist
tegenwoordig deelwoord: betwisten d
voltooid deelwoord: betwist
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Niemand betwist de uitslag van de wedstrijd.
Nobody disputes the result of the match.
Onvoltooid verleden tijdPast
De buurman betwistte de rekening van de tuinman.
The neighbor disputed the gardener's bill.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Zij hebben de beslissing van de jury betwist.
They have disputed the jury's decision.