Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik betrek
jij/je betrekt
hij/zij/het/u betrekt
wij/we betrekken
jullie betrekken
zij/ze betrekken
onvoltooid verleden tijdpast
ik betrok
jij/je betrok
hij/zij/het/u betrok
wij/we betrokken
jullie betrokken
zij/ze betrokken
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb betrokken
jij/je hebt betrokken
hij/zij/het/u heeft betrokken
wij/we hebben betrokken
jullie hebben betrokken
zij/ze hebben betrokken
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had betrokken
jij/je had betrokken
hij/zij/het/u had betrokken
wij/we hadden betrokken
jullie hadden betrokken
zij/ze hadden betrokken
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal betrekken
jij/je zult betrekken
hij/zij/het/u zal betrekken
wij/we zullen betrekken
jullie zullen betrekken
zij/ze zullen betrekken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben betrokken
jij/je zult hebben betrokken
hij/zij/het/u zal hebben betrokken
wij/we zullen hebben betrokken
jullie zullen hebben betrokken
zij/ze zullen hebben betrokken
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou betrekken
jij/je zou betrekken
hij/zij/het/u zou betrekken
wij/we zouden betrekken
jullie zouden betrekken
zij/ze zouden betrekken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben betrokken
jij/je zou hebben betrokken
hij/zij/het/u zou hebben betrokken
wij/we zouden hebben betrokken
jullie zouden hebben betrokken
zij/ze zouden hebben betrokken
gebiedende wijs: betrek
tegenwoordig deelwoord: betrekkend
voltooid deelwoord: betrokken
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij betrekken de kinderen bij het koken.
We involve the children in the cooking.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij betrokken vorige maand hun nieuwe woning.
They moved into their new home last month.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De juf heeft iedereen bij het project betrokken.
The teacher has involved everyone in the project.