Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik betaal
jij/je betaalt
hij/zij/het/u betaalt
wij/we betalen
jullie betalen
zij/ze betalen
onvoltooid verleden tijdpast
ik betaalde
jij/je betaalde
hij/zij/het/u betaalde
wij/we betaalden
jullie betaalden
zij/ze betaalden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb betaald
jij/je hebt betaald
hij/zij/het/u heeft betaald
wij/we hebben betaald
jullie hebben betaald
zij/ze hebben betaald
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had betaald
jij/je had betaald
hij/zij/het/u had betaald
wij/we hadden betaald
jullie hadden betaald
zij/ze hadden betaald
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal betalen
jij/je zult betalen
hij/zij/het/u zal betalen
wij/we zullen betalen
jullie zullen betalen
zij/ze zullen betalen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben betaald
jij/je zult hebben betaald
hij/zij/het/u zal hebben betaald
wij/we zullen hebben betaald
jullie zullen hebben betaald
zij/ze zullen hebben betaald
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou betalen
jij/je zou betalen
hij/zij/het/u zou betalen
wij/we zouden betalen
jullie zouden betalen
zij/ze zouden betalen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben betaald
jij/je zou hebben betaald
hij/zij/het/u zou hebben betaald
wij/we zouden hebben betaald
jullie zouden hebben betaald
zij/ze zouden hebben betaald
gebiedende wijs: betaal
tegenwoordig deelwoord: betalend
voltooid deelwoord: betaald
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik betaal meestal met mijn telefoon.
I usually pay with my phone.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Jij hebt de huur al betaald.
You have already paid the rent.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Wij zullen de rekening samen betalen.
We will pay the bill together.