Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik besteed
jij/je besteedt
hij/zij/het/u besteedt
wij/we besteden
jullie besteden
zij/ze besteden
onvoltooid verleden tijdpast
ik besteedde
jij/je besteedde
hij/zij/het/u besteedde
wij/we besteedden
jullie besteedden
zij/ze besteedden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb besteed
jij/je hebt besteed
hij/zij/het/u heeft besteed
wij/we hebben besteed
jullie hebben besteed
zij/ze hebben besteed
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had besteed
jij/je had besteed
hij/zij/het/u had besteed
wij/we hadden besteed
jullie hadden besteed
zij/ze hadden besteed
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal besteden
jij/je zult besteden
hij/zij/het/u zal besteden
wij/we zullen besteden
jullie zullen besteden
zij/ze zullen besteden
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben besteed
jij/je zult hebben besteed
hij/zij/het/u zal hebben besteed
wij/we zullen hebben besteed
jullie zullen hebben besteed
zij/ze zullen hebben besteed
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou besteden
jij/je zou besteden
hij/zij/het/u zou besteden
wij/we zouden besteden
jullie zouden besteden
zij/ze zouden besteden
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben besteed
jij/je zou hebben besteed
hij/zij/het/u zou hebben besteed
wij/we zouden hebben besteed
jullie zouden hebben besteed
zij/ze zouden hebben besteed
gebiedende wijs: besteed
tegenwoordig deelwoord: besteden d
voltooid deelwoord: besteed
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik besteed veel tijd aan mijn tuin.
I spend a lot of time on my garden.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij besteedde haar zakgeld aan boeken.
She spent her pocket money on books.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben het hele weekend aan de klus besteed.
We spent the whole weekend on the job.
Voltooid verleden toekomende tijdConditional perfect
Ik zou dat geld liever aan boeken hebben besteed.
I would rather have spent that money on books.