Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik bespreek
jij/je bespreekt
hij/zij/het/u bespreekt
wij/we bespreken
jullie bespreken
zij/ze bespreken
onvoltooid verleden tijdpast
ik besprak
jij/je besprak
hij/zij/het/u besprak
wij/we bespraken
jullie bespraken
zij/ze bespraken
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb besproken
jij/je hebt besproken
hij/zij/het/u heeft besproken
wij/we hebben besproken
jullie hebben besproken
zij/ze hebben besproken
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had besproken
jij/je had besproken
hij/zij/het/u had besproken
wij/we hadden besproken
jullie hadden besproken
zij/ze hadden besproken
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal bespreken
jij/je zult bespreken
hij/zij/het/u zal bespreken
wij/we zullen bespreken
jullie zullen bespreken
zij/ze zullen bespreken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben besproken
jij/je zult hebben besproken
hij/zij/het/u zal hebben besproken
wij/we zullen hebben besproken
jullie zullen hebben besproken
zij/ze zullen hebben besproken
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou bespreken
jij/je zou bespreken
hij/zij/het/u zou bespreken
wij/we zouden bespreken
jullie zouden bespreken
zij/ze zouden bespreken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben besproken
jij/je zou hebben besproken
hij/zij/het/u zou hebben besproken
wij/we zouden hebben besproken
jullie zouden hebben besproken
zij/ze zouden hebben besproken
gebiedende wijs: bespreek
tegenwoordig deelwoord: besprekend
voltooid deelwoord: besproken
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij bespreken het plan tijdens de lunch.
We discuss the plan during lunch.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb het probleem met mijn baas besproken.
I have discussed the problem with my boss.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
De leraren zullen de resultaten morgen bespreken.
The teachers will discuss the results tomorrow.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
Wij zouden het plan morgen samen bespreken.
We would discuss the plan together tomorrow.