Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik bereik
jij/je bereikt
hij/zij/het/u bereikt
wij/we bereiken
jullie bereiken
zij/ze bereiken
onvoltooid verleden tijdpast
ik bereikte
jij/je bereikte
hij/zij/het/u bereikte
wij/we bereikten
jullie bereikten
zij/ze bereikten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb bereikt
jij/je hebt bereikt
hij/zij/het/u heeft bereikt
wij/we hebben bereikt
jullie hebben bereikt
zij/ze hebben bereikt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had bereikt
jij/je had bereikt
hij/zij/het/u had bereikt
wij/we hadden bereikt
jullie hadden bereikt
zij/ze hadden bereikt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal bereiken
jij/je zult bereiken
hij/zij/het/u zal bereiken
wij/we zullen bereiken
jullie zullen bereiken
zij/ze zullen bereiken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben bereikt
jij/je zult hebben bereikt
hij/zij/het/u zal hebben bereikt
wij/we zullen hebben bereikt
jullie zullen hebben bereikt
zij/ze zullen hebben bereikt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou bereiken
jij/je zou bereiken
hij/zij/het/u zou bereiken
wij/we zouden bereiken
jullie zouden bereiken
zij/ze zouden bereiken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben bereikt
jij/je zou hebben bereikt
hij/zij/het/u zou hebben bereikt
wij/we zouden hebben bereikt
jullie zouden hebben bereikt
zij/ze zouden hebben bereikt
gebiedende wijs: bereik
tegenwoordig deelwoord: bereikend
voltooid deelwoord: bereikt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Jij bereikt het station in tien minuten.
You reach the station in ten minutes.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben eindelijk de top van de berg bereikt.
We have finally reached the top of the mountain.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Zij zullen morgen de kust bereiken.
They will reach the coast tomorrow.