Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik beken
jij/je bekent
hij/zij/het/u bekent
wij/we bekennen
jullie bekennen
zij/ze bekennen
onvoltooid verleden tijdpast
ik bekende
jij/je bekende
hij/zij/het/u bekende
wij/we bekenden
jullie bekenden
zij/ze bekenden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb bekend
jij/je hebt bekend
hij/zij/het/u heeft bekend
wij/we hebben bekend
jullie hebben bekend
zij/ze hebben bekend
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had bekend
jij/je had bekend
hij/zij/het/u had bekend
wij/we hadden bekend
jullie hadden bekend
zij/ze hadden bekend
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal bekennen
jij/je zult bekennen
hij/zij/het/u zal bekennen
wij/we zullen bekennen
jullie zullen bekennen
zij/ze zullen bekennen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben bekend
jij/je zult hebben bekend
hij/zij/het/u zal hebben bekend
wij/we zullen hebben bekend
jullie zullen hebben bekend
zij/ze zullen hebben bekend
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou bekennen
jij/je zou bekennen
hij/zij/het/u zou bekennen
wij/we zouden bekennen
jullie zouden bekennen
zij/ze zouden bekennen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben bekend
jij/je zou hebben bekend
hij/zij/het/u zou hebben bekend
wij/we zouden hebben bekend
jullie zouden hebben bekend
zij/ze zouden hebben bekend
gebiedende wijs: beken
tegenwoordig deelwoord: bekennd
voltooid deelwoord: bekend
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Hij bekent de diefstal aan de politie.
He confesses the theft to the police.
Onvoltooid verleden tijdPast
De man bekende alles na een lang gesprek.
The man confessed everything after a long conversation.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb mijn fout eerlijk bekend.
I have honestly confessed my mistake.