Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik behoud
jij/je behoudt
hij/zij/het/u behoudt
wij/we behouden
jullie behouden
zij/ze behouden
onvoltooid verleden tijdpast
ik behield
jij/je behield
hij/zij/het/u behield
wij/we behielden
jullie behielden
zij/ze behielden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb behouden
jij/je hebt behouden
hij/zij/het/u heeft behouden
wij/we hebben behouden
jullie hebben behouden
zij/ze hebben behouden
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had behouden
jij/je had behouden
hij/zij/het/u had behouden
wij/we hadden behouden
jullie hadden behouden
zij/ze hadden behouden
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal behouden
jij/je zult behouden
hij/zij/het/u zal behouden
wij/we zullen behouden
jullie zullen behouden
zij/ze zullen behouden
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben behouden
jij/je zult hebben behouden
hij/zij/het/u zal hebben behouden
wij/we zullen hebben behouden
jullie zullen hebben behouden
zij/ze zullen hebben behouden
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou behouden
jij/je zou behouden
hij/zij/het/u zou behouden
wij/we zouden behouden
jullie zouden behouden
zij/ze zouden behouden
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben behouden
jij/je zou hebben behouden
hij/zij/het/u zou hebben behouden
wij/we zouden hebben behouden
jullie zouden hebben behouden
zij/ze zouden hebben behouden
gebiedende wijs: behoud
tegenwoordig deelwoord: behoudend
voltooid deelwoord: behouden
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij behouden onze oude tradities.
We keep our old traditions.
Onvoltooid verleden tijdPast
De club behield vorig jaar zijn titel.
The club kept its title last year.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb mijn oude baan behouden.
I have kept my old job.