Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik behandel
jij/je behandelt
hij/zij/het/u behandelt
wij/we behandelen
jullie behandelen
zij/ze behandelen
onvoltooid verleden tijdpast
ik behandelde
jij/je behandelde
hij/zij/het/u behandelde
wij/we behandelden
jullie behandelden
zij/ze behandelden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb behandeld
jij/je hebt behandeld
hij/zij/het/u heeft behandeld
wij/we hebben behandeld
jullie hebben behandeld
zij/ze hebben behandeld
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had behandeld
jij/je had behandeld
hij/zij/het/u had behandeld
wij/we hadden behandeld
jullie hadden behandeld
zij/ze hadden behandeld
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal behandelen
jij/je zult behandelen
hij/zij/het/u zal behandelen
wij/we zullen behandelen
jullie zullen behandelen
zij/ze zullen behandelen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben behandeld
jij/je zult hebben behandeld
hij/zij/het/u zal hebben behandeld
wij/we zullen hebben behandeld
jullie zullen hebben behandeld
zij/ze zullen hebben behandeld
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou behandelen
jij/je zou behandelen
hij/zij/het/u zou behandelen
wij/we zouden behandelen
jullie zouden behandelen
zij/ze zouden behandelen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben behandeld
jij/je zou hebben behandeld
hij/zij/het/u zou hebben behandeld
wij/we zouden hebben behandeld
jullie zouden hebben behandeld
zij/ze zouden hebben behandeld
gebiedende wijs: behandel
tegenwoordig deelwoord: behandelend
voltooid deelwoord: behandeld
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De dokter behandelt mijn vader heel vriendelijk.
The doctor treats my father very kindly.
Onvoltooid verleden tijdPast
De arts behandelde de wond meteen.
The doctor treated the wound right away.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben dit onderwerp al in de les behandeld.
We have already covered this topic in class.