Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik begraaf
jij/je begraaft
hij/zij/het/u begraaft
wij/we begraven
jullie begraven
zij/ze begraven
onvoltooid verleden tijdpast
ik begroef
jij/je begroef
hij/zij/het/u begroef
wij/we begroeven
jullie begroeven
zij/ze begroeven
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb begraven
jij/je hebt begraven
hij/zij/het/u heeft begraven
wij/we hebben begraven
jullie hebben begraven
zij/ze hebben begraven
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had begraven
jij/je had begraven
hij/zij/het/u had begraven
wij/we hadden begraven
jullie hadden begraven
zij/ze hadden begraven
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal begraven
jij/je zult begraven
hij/zij/het/u zal begraven
wij/we zullen begraven
jullie zullen begraven
zij/ze zullen begraven
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben begraven
jij/je zult hebben begraven
hij/zij/het/u zal hebben begraven
wij/we zullen hebben begraven
jullie zullen hebben begraven
zij/ze zullen hebben begraven
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou begraven
jij/je zou begraven
hij/zij/het/u zou begraven
wij/we zouden begraven
jullie zouden begraven
zij/ze zouden begraven
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben begraven
jij/je zou hebben begraven
hij/zij/het/u zou hebben begraven
wij/we zouden hebben begraven
jullie zouden hebben begraven
zij/ze zouden hebben begraven
gebiedende wijs: begraaf
tegenwoordig deelwoord: begraven d
voltooid deelwoord: begraven
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De hond begraaft zijn bot in de tuin.
The dog buries his bone in the garden.
Onvoltooid verleden tijdPast
De piraten begroeven hun schat op het eiland.
The pirates buried their treasure on the island.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Wij zullen de tijdcapsule in de tuin begraven.
We will bury the time capsule in the garden.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
De hond zal zijn bot in de tuin hebben begraven.
The dog will have buried its bone in the garden.