Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik begin
jij/je begint
hij/zij/het/u begint
wij/we beginnen
jullie beginnen
zij/ze beginnen
onvoltooid verleden tijdpast
ik begon
jij/je begon
hij/zij/het/u begon
wij/we begonnen
jullie begonnen
zij/ze begonnen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben begonnen
jij/je bent begonnen
hij/zij/het/u is begonnen
wij/we zijn begonnen
jullie zijn begonnen
zij/ze zijn begonnen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was begonnen
jij/je was begonnen
hij/zij/het/u was begonnen
wij/we waren begonnen
jullie waren begonnen
zij/ze waren begonnen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal beginnen
jij/je zult beginnen
hij/zij/het/u zal beginnen
wij/we zullen beginnen
jullie zullen beginnen
zij/ze zullen beginnen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn begonnen
jij/je zult zijn begonnen
hij/zij/het/u zal zijn begonnen
wij/we zullen zijn begonnen
jullie zullen zijn begonnen
zij/ze zullen zijn begonnen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou beginnen
jij/je zou beginnen
hij/zij/het/u zou beginnen
wij/we zouden beginnen
jullie zouden beginnen
zij/ze zouden beginnen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn begonnen
jij/je zou zijn begonnen
hij/zij/het/u zou zijn begonnen
wij/we zouden zijn begonnen
jullie zouden zijn begonnen
zij/ze zouden zijn begonnen
gebiedende wijs: begin
tegenwoordig deelwoord: beginnend
voltooid deelwoord: begonnen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De les begint elke ochtend om negen uur.
The lesson starts at nine every morning.
Onvoltooid verleden tijdPast
Ik begon vorig jaar met pianoles.
I started piano lessons last year.
Gebiedende wijsImperative
Begin nu met je huiswerk.
Start your homework now.
Voltooid verleden toekomende tijdConditional perfect
Zonder de regen zouden wij eerder zijn begonnen.
Without the rain, we would have started earlier.