Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik bedank
jij/je bedankt
hij/zij/het/u bedankt
wij/we bedanken
jullie bedanken
zij/ze bedanken
onvoltooid verleden tijdpast
ik bedankte
jij/je bedankte
hij/zij/het/u bedankte
wij/we bedankten
jullie bedankten
zij/ze bedankten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb bedankt
jij/je hebt bedankt
hij/zij/het/u heeft bedankt
wij/we hebben bedankt
jullie hebben bedankt
zij/ze hebben bedankt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had bedankt
jij/je had bedankt
hij/zij/het/u had bedankt
wij/we hadden bedankt
jullie hadden bedankt
zij/ze hadden bedankt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal bedanken
jij/je zult bedanken
hij/zij/het/u zal bedanken
wij/we zullen bedanken
jullie zullen bedanken
zij/ze zullen bedanken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben bedankt
jij/je zult hebben bedankt
hij/zij/het/u zal hebben bedankt
wij/we zullen hebben bedankt
jullie zullen hebben bedankt
zij/ze zullen hebben bedankt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou bedanken
jij/je zou bedanken
hij/zij/het/u zou bedanken
wij/we zouden bedanken
jullie zouden bedanken
zij/ze zouden bedanken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben bedankt
jij/je zou hebben bedankt
hij/zij/het/u zou hebben bedankt
wij/we zouden hebben bedankt
jullie zouden hebben bedankt
zij/ze zouden hebben bedankt
gebiedende wijs: bedank
tegenwoordig deelwoord: bedankend
voltooid deelwoord: bedankt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij bedanken de leraar voor zijn hulp.
We thank the teacher for his help.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij bedankte haar collega met bloemen.
She thanked her colleague with flowers.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb de buren voor het eten bedankt.
I have thanked the neighbors for the dinner.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
Jij zult de gastvrouw vast al hebben bedankt voor het diner.
You will surely have already thanked the hostess for the dinner.