Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik barst
jij/je barst
hij/zij/het/u barst
wij/we barsten
jullie barsten
zij/ze barsten
onvoltooid verleden tijdpast
ik barstte
jij/je barstte
hij/zij/het/u barstte
wij/we barstten
jullie barstten
zij/ze barstten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben gebarsten
jij/je bent gebarsten
hij/zij/het/u is gebarsten
wij/we zijn gebarsten
jullie zijn gebarsten
zij/ze zijn gebarsten
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was gebarsten
jij/je was gebarsten
hij/zij/het/u was gebarsten
wij/we waren gebarsten
jullie waren gebarsten
zij/ze waren gebarsten
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal barsten
jij/je zult barsten
hij/zij/het/u zal barsten
wij/we zullen barsten
jullie zullen barsten
zij/ze zullen barsten
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn gebarsten
jij/je zult zijn gebarsten
hij/zij/het/u zal zijn gebarsten
wij/we zullen zijn gebarsten
jullie zullen zijn gebarsten
zij/ze zullen zijn gebarsten
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou barsten
jij/je zou barsten
hij/zij/het/u zou barsten
wij/we zouden barsten
jullie zouden barsten
zij/ze zouden barsten
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn gebarsten
jij/je zou zijn gebarsten
hij/zij/het/u zou zijn gebarsten
wij/we zouden zijn gebarsten
jullie zouden zijn gebarsten
zij/ze zouden zijn gebarsten
gebiedende wijs: barst
tegenwoordig deelwoord: barstend
voltooid deelwoord: gebarsten
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Het ijs barst onder onze schaatsen.
The ice is cracking under our skates.
Onvoltooid verleden tijdPast
De vaas barstte tijdens de verhuizing.
The vase cracked during the move.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De ruit is door de storm gebarsten.
The window pane cracked because of the storm.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
Door de vorst zou de waterleiding barsten.
Because of the frost the water pipe would burst.