Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik baal
jij/je baalt
hij/zij/het/u baalt
wij/we balen
jullie balen
zij/ze balen
onvoltooid verleden tijdpast
ik baalde
jij/je baalde
hij/zij/het/u baalde
wij/we baalden
jullie baalden
zij/ze baalden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gebaald
jij/je hebt gebaald
hij/zij/het/u heeft gebaald
wij/we hebben gebaald
jullie hebben gebaald
zij/ze hebben gebaald
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gebaald
jij/je had gebaald
hij/zij/het/u had gebaald
wij/we hadden gebaald
jullie hadden gebaald
zij/ze hadden gebaald
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal balen
jij/je zult balen
hij/zij/het/u zal balen
wij/we zullen balen
jullie zullen balen
zij/ze zullen balen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gebaald
jij/je zult hebben gebaald
hij/zij/het/u zal hebben gebaald
wij/we zullen hebben gebaald
jullie zullen hebben gebaald
zij/ze zullen hebben gebaald
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou balen
jij/je zou balen
hij/zij/het/u zou balen
wij/we zouden balen
jullie zouden balen
zij/ze zouden balen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gebaald
jij/je zou hebben gebaald
hij/zij/het/u zou hebben gebaald
wij/we zouden hebben gebaald
jullie zouden hebben gebaald
zij/ze zouden hebben gebaald
gebiedende wijs: baal
tegenwoordig deelwoord: balend
voltooid deelwoord: gebaald
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik baal echt van dit slechte weer.
I am really bummed about this bad weather.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij baalde flink van de verloren wedstrijd.
He was really bummed about the lost match.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben flink gebaald van die regen.
We were really bummed about that rain.