Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik app
jij/je appt
hij/zij/het/u appt
wij/we appen
jullie appen
zij/ze appen
onvoltooid verleden tijdpast
ik appte
jij/je appte
hij/zij/het/u appte
wij/we appten
jullie appten
zij/ze appten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geappt
jij/je hebt geappt
hij/zij/het/u heeft geappt
wij/we hebben geappt
jullie hebben geappt
zij/ze hebben geappt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geappt
jij/je had geappt
hij/zij/het/u had geappt
wij/we hadden geappt
jullie hadden geappt
zij/ze hadden geappt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal appen
jij/je zult appen
hij/zij/het/u zal appen
wij/we zullen appen
jullie zullen appen
zij/ze zullen appen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geappt
jij/je zult hebben geappt
hij/zij/het/u zal hebben geappt
wij/we zullen hebben geappt
jullie zullen hebben geappt
zij/ze zullen hebben geappt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou appen
jij/je zou appen
hij/zij/het/u zou appen
wij/we zouden appen
jullie zouden appen
zij/ze zouden appen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geappt
jij/je zou hebben geappt
hij/zij/het/u zou hebben geappt
wij/we zouden hebben geappt
jullie zouden hebben geappt
zij/ze zouden hebben geappt
gebiedende wijs: app
tegenwoordig deelwoord: append
voltooid deelwoord: geappt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik app mijn moeder elke avond.
I text my mother every evening.
Onvoltooid verleden tijdPast
Jullie appten gisteren de hele avond.
You all texted the whole evening yesterday.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Zij heeft me het adres geappt.
She has texted me the address.