Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik trek af
jij/je trekt af
hij/zij/het/u trekt af
wij/we trekken af
jullie trekken af
zij/ze trekken af
onvoltooid verleden tijdpast
ik trok af
jij/je trok af
hij/zij/het/u trok af
wij/we trokken af
jullie trokken af
zij/ze trokken af
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb afgetrokken
jij/je hebt afgetrokken
hij/zij/het/u heeft afgetrokken
wij/we hebben afgetrokken
jullie hebben afgetrokken
zij/ze hebben afgetrokken
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had afgetrokken
jij/je had afgetrokken
hij/zij/het/u had afgetrokken
wij/we hadden afgetrokken
jullie hadden afgetrokken
zij/ze hadden afgetrokken
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal aftrekken
jij/je zult aftrekken
hij/zij/het/u zal aftrekken
wij/we zullen aftrekken
jullie zullen aftrekken
zij/ze zullen aftrekken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben afgetrokken
jij/je zult hebben afgetrokken
hij/zij/het/u zal hebben afgetrokken
wij/we zullen hebben afgetrokken
jullie zullen hebben afgetrokken
zij/ze zullen hebben afgetrokken
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou aftrekken
jij/je zou aftrekken
hij/zij/het/u zou aftrekken
wij/we zouden aftrekken
jullie zouden aftrekken
zij/ze zouden aftrekken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben afgetrokken
jij/je zou hebben afgetrokken
hij/zij/het/u zou hebben afgetrokken
wij/we zouden hebben afgetrokken
jullie zouden hebben afgetrokken
zij/ze zouden hebben afgetrokken
gebiedende wijs: trek af
tegenwoordig deelwoord: aftrekkend
voltooid deelwoord: afgetrokken
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik trek de korting van het bedrag af.
I subtract the discount from the amount.
Onvoltooid verleden tijdPast
De leraar trok twee punten van het cijfer af.
The teacher deducted two points from the grade.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Jij hebt de kosten netjes van de winst afgetrokken.
You neatly subtracted the costs from the profit.