Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik spreek af
jij/je spreekt af
hij/zij/het/u spreekt af
wij/we spreken af
jullie spreken af
zij/ze spreken af
onvoltooid verleden tijdpast
ik sprak af
jij/je sprak af
hij/zij/het/u sprak af
wij/we spraken af
jullie spraken af
zij/ze spraken af
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb afgesproken
jij/je hebt afgesproken
hij/zij/het/u heeft afgesproken
wij/we hebben afgesproken
jullie hebben afgesproken
zij/ze hebben afgesproken
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had afgesproken
jij/je had afgesproken
hij/zij/het/u had afgesproken
wij/we hadden afgesproken
jullie hadden afgesproken
zij/ze hadden afgesproken
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal afspreken
jij/je zult afspreken
hij/zij/het/u zal afspreken
wij/we zullen afspreken
jullie zullen afspreken
zij/ze zullen afspreken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben afgesproken
jij/je zult hebben afgesproken
hij/zij/het/u zal hebben afgesproken
wij/we zullen hebben afgesproken
jullie zullen hebben afgesproken
zij/ze zullen hebben afgesproken
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou afspreken
jij/je zou afspreken
hij/zij/het/u zou afspreken
wij/we zouden afspreken
jullie zouden afspreken
zij/ze zouden afspreken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben afgesproken
jij/je zou hebben afgesproken
hij/zij/het/u zou hebben afgesproken
wij/we zouden hebben afgesproken
jullie zouden hebben afgesproken
zij/ze zouden hebben afgesproken
gebiedende wijs: spreek af
tegenwoordig deelwoord: afsprekend
voltooid deelwoord: afgesproken
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij spreken om drie uur bij het café af.
We're meeting at the café at three o'clock.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij sprak met haar zus in het park af.
She arranged to meet her sister in the park.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb voor vrijdag met Tom afgesproken.
I have arranged to meet Tom on Friday.
Voltooid verleden tijdPast perfect
Wij hadden om drie uur afgesproken bij het café.
We had arranged to meet at the cafe at three o'clock.