Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik lever af
jij/je levert af
hij/zij/het/u levert af
wij/we leveren af
jullie leveren af
zij/ze leveren af
onvoltooid verleden tijdpast
ik leverde af
jij/je leverde af
hij/zij/het/u leverde af
wij/we leverden af
jullie leverden af
zij/ze leverden af
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb afgeleverd
jij/je hebt afgeleverd
hij/zij/het/u heeft afgeleverd
wij/we hebben afgeleverd
jullie hebben afgeleverd
zij/ze hebben afgeleverd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had afgeleverd
jij/je had afgeleverd
hij/zij/het/u had afgeleverd
wij/we hadden afgeleverd
jullie hadden afgeleverd
zij/ze hadden afgeleverd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal afleveren
jij/je zult afleveren
hij/zij/het/u zal afleveren
wij/we zullen afleveren
jullie zullen afleveren
zij/ze zullen afleveren
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben afgeleverd
jij/je zult hebben afgeleverd
hij/zij/het/u zal hebben afgeleverd
wij/we zullen hebben afgeleverd
jullie zullen hebben afgeleverd
zij/ze zullen hebben afgeleverd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou afleveren
jij/je zou afleveren
hij/zij/het/u zou afleveren
wij/we zouden afleveren
jullie zouden afleveren
zij/ze zouden afleveren
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben afgeleverd
jij/je zou hebben afgeleverd
hij/zij/het/u zou hebben afgeleverd
wij/we zouden hebben afgeleverd
jullie zouden hebben afgeleverd
zij/ze zouden hebben afgeleverd
gebiedende wijs: lever af
tegenwoordig deelwoord: afleverend
voltooid deelwoord: afgeleverd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De koerier levert het pakket vandaag af.
The courier is delivering the package today.
Onvoltooid verleden tijdPast
De bakker leverde het brood elke ochtend af.
The baker delivered the bread every morning.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Zij hebben de bestelling keurig op tijd afgeleverd.
They delivered the order neatly on time.