Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik adem
jij/je ademt
hij/zij/het/u ademt
wij/we ademen
jullie ademen
zij/ze ademen
onvoltooid verleden tijdpast
ik ademde
jij/je ademde
hij/zij/het/u ademde
wij/we ademden
jullie ademden
zij/ze ademden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geademd
jij/je hebt geademd
hij/zij/het/u heeft geademd
wij/we hebben geademd
jullie hebben geademd
zij/ze hebben geademd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geademd
jij/je had geademd
hij/zij/het/u had geademd
wij/we hadden geademd
jullie hadden geademd
zij/ze hadden geademd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal ademen
jij/je zult ademen
hij/zij/het/u zal ademen
wij/we zullen ademen
jullie zullen ademen
zij/ze zullen ademen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geademd
jij/je zult hebben geademd
hij/zij/het/u zal hebben geademd
wij/we zullen hebben geademd
jullie zullen hebben geademd
zij/ze zullen hebben geademd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou ademen
jij/je zou ademen
hij/zij/het/u zou ademen
wij/we zouden ademen
jullie zouden ademen
zij/ze zouden ademen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geademd
jij/je zou hebben geademd
hij/zij/het/u zou hebben geademd
wij/we zouden hebben geademd
jullie zouden hebben geademd
zij/ze zouden hebben geademd
gebiedende wijs: adem
tegenwoordig deelwoord: ademend
voltooid deelwoord: geademd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik adem langzaam door mijn neus.
I breathe slowly through my nose.
Onvoltooid verleden tijdPast
De duiker ademde rustig onder water.
The diver breathed calmly underwater.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij heeft even diep geademd voor zijn presentatie.
He breathed deeply for a moment before his presentation.