Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik roep aan
jij/je roept aan
hij/zij/het/u roept aan
wij/we roepen aan
jullie roepen aan
zij/ze roepen aan
onvoltooid verleden tijdpast
ik riep aan
jij/je riep aan
hij/zij/het/u riep aan
wij/we riepen aan
jullie riepen aan
zij/ze riepen aan
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb aangeroepen
jij/je hebt aangeroepen
hij/zij/het/u heeft aangeroepen
wij/we hebben aangeroepen
jullie hebben aangeroepen
zij/ze hebben aangeroepen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had aangeroepen
jij/je had aangeroepen
hij/zij/het/u had aangeroepen
wij/we hadden aangeroepen
jullie hadden aangeroepen
zij/ze hadden aangeroepen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal aanroepen
jij/je zult aanroepen
hij/zij/het/u zal aanroepen
wij/we zullen aanroepen
jullie zullen aanroepen
zij/ze zullen aanroepen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben aangeroepen
jij/je zult hebben aangeroepen
hij/zij/het/u zal hebben aangeroepen
wij/we zullen hebben aangeroepen
jullie zullen hebben aangeroepen
zij/ze zullen hebben aangeroepen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou aanroepen
jij/je zou aanroepen
hij/zij/het/u zou aanroepen
wij/we zouden aanroepen
jullie zouden aanroepen
zij/ze zouden aanroepen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben aangeroepen
jij/je zou hebben aangeroepen
hij/zij/het/u zou hebben aangeroepen
wij/we zouden hebben aangeroepen
jullie zouden hebben aangeroepen
zij/ze zouden hebben aangeroepen
gebiedende wijs: roep aan
tegenwoordig deelwoord: aanroepend
voltooid deelwoord: aangeroepen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Het programma roept de database elke minuut aan.
The program calls the database every minute.
Onvoltooid verleden tijdPast
De zeelieden riepen vroeger de goden aan.
Sailors used to call upon the gods.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De ontwikkelaar heeft de verkeerde functie aangeroepen.
The developer invoked the wrong function.