Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik pas aan
jij/je past aan
hij/zij/het/u past aan
wij/we passen aan
jullie passen aan
zij/ze passen aan
onvoltooid verleden tijdpast
ik paste aan
jij/je paste aan
hij/zij/het/u paste aan
wij/we pasten aan
jullie pasten aan
zij/ze pasten aan
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb aangepast
jij/je hebt aangepast
hij/zij/het/u heeft aangepast
wij/we hebben aangepast
jullie hebben aangepast
zij/ze hebben aangepast
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had aangepast
jij/je had aangepast
hij/zij/het/u had aangepast
wij/we hadden aangepast
jullie hadden aangepast
zij/ze hadden aangepast
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal aanpassen
jij/je zult aanpassen
hij/zij/het/u zal aanpassen
wij/we zullen aanpassen
jullie zullen aanpassen
zij/ze zullen aanpassen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben aangepast
jij/je zult hebben aangepast
hij/zij/het/u zal hebben aangepast
wij/we zullen hebben aangepast
jullie zullen hebben aangepast
zij/ze zullen hebben aangepast
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou aanpassen
jij/je zou aanpassen
hij/zij/het/u zou aanpassen
wij/we zouden aanpassen
jullie zouden aanpassen
zij/ze zouden aanpassen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben aangepast
jij/je zou hebben aangepast
hij/zij/het/u zou hebben aangepast
wij/we zouden hebben aangepast
jullie zouden hebben aangepast
zij/ze zouden hebben aangepast
gebiedende wijs: pas aan
tegenwoordig deelwoord: aanpassend
voltooid deelwoord: aangepast
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij passen ons aan de nieuwe regels aan.
We adapt to the new rules.
Ik pas de instellingen aan.
I adjust the settings.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Zij heeft zich aan de cultuur aangepast.
She has adapted to the culture.
Hij heeft het plan aangepast.
He has adjusted the plan.
Gebiedende wijsImperative
Pas je aan de situatie aan.
Adapt to the situation.
Pas het volume aan.
Adjust the volume.