Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik pak aan
jij/je pakt aan
hij/zij/het/u pakt aan
wij/we pakken aan
jullie pakken aan
zij/ze pakken aan
onvoltooid verleden tijdpast
ik pakte aan
jij/je pakte aan
hij/zij/het/u pakte aan
wij/we pakten aan
jullie pakten aan
zij/ze pakten aan
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb aangepakt
jij/je hebt aangepakt
hij/zij/het/u heeft aangepakt
wij/we hebben aangepakt
jullie hebben aangepakt
zij/ze hebben aangepakt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had aangepakt
jij/je had aangepakt
hij/zij/het/u had aangepakt
wij/we hadden aangepakt
jullie hadden aangepakt
zij/ze hadden aangepakt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal aanpakken
jij/je zult aanpakken
hij/zij/het/u zal aanpakken
wij/we zullen aanpakken
jullie zullen aanpakken
zij/ze zullen aanpakken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben aangepakt
jij/je zult hebben aangepakt
hij/zij/het/u zal hebben aangepakt
wij/we zullen hebben aangepakt
jullie zullen hebben aangepakt
zij/ze zullen hebben aangepakt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou aanpakken
jij/je zou aanpakken
hij/zij/het/u zou aanpakken
wij/we zouden aanpakken
jullie zouden aanpakken
zij/ze zouden aanpakken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben aangepakt
jij/je zou hebben aangepakt
hij/zij/het/u zou hebben aangepakt
wij/we zouden hebben aangepakt
jullie zouden hebben aangepakt
zij/ze zouden hebben aangepakt
gebiedende wijs: pak aan
tegenwoordig deelwoord: aanpakkend
voltooid deelwoord: aangepakt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Jij pakt problemen altijd meteen aan.
You always tackle problems right away.
Onvoltooid verleden tijdPast
De gemeente pakte de vieze straten eindelijk aan.
The city finally tackled the dirty streets.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Wij zullen dit probleem samen aanpakken.
We will tackle this problem together.