Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik moedig aan
jij/je moedigt aan
hij/zij/het/u moedigt aan
wij/we moedigen aan
jullie moedigen aan
zij/ze moedigen aan
onvoltooid verleden tijdpast
ik moedigde aan
jij/je moedigde aan
hij/zij/het/u moedigde aan
wij/we moedigden aan
jullie moedigden aan
zij/ze moedigden aan
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb aangemoedigd
jij/je hebt aangemoedigd
hij/zij/het/u heeft aangemoedigd
wij/we hebben aangemoedigd
jullie hebben aangemoedigd
zij/ze hebben aangemoedigd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had aangemoedigd
jij/je had aangemoedigd
hij/zij/het/u had aangemoedigd
wij/we hadden aangemoedigd
jullie hadden aangemoedigd
zij/ze hadden aangemoedigd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal aanmoedigen
jij/je zult aanmoedigen
hij/zij/het/u zal aanmoedigen
wij/we zullen aanmoedigen
jullie zullen aanmoedigen
zij/ze zullen aanmoedigen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben aangemoedigd
jij/je zult hebben aangemoedigd
hij/zij/het/u zal hebben aangemoedigd
wij/we zullen hebben aangemoedigd
jullie zullen hebben aangemoedigd
zij/ze zullen hebben aangemoedigd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou aanmoedigen
jij/je zou aanmoedigen
hij/zij/het/u zou aanmoedigen
wij/we zouden aanmoedigen
jullie zouden aanmoedigen
zij/ze zouden aanmoedigen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben aangemoedigd
jij/je zou hebben aangemoedigd
hij/zij/het/u zou hebben aangemoedigd
wij/we zouden hebben aangemoedigd
jullie zouden hebben aangemoedigd
zij/ze zouden hebben aangemoedigd
gebiedende wijs: moedig aan
tegenwoordig deelwoord: aanmoedigend
voltooid deelwoord: aangemoedigd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij moedigen ons team elke zaterdag aan.
We cheer on our team every Saturday.
Onvoltooid verleden tijdPast
Het publiek moedigde de lopers luid aan.
The crowd loudly encouraged the runners.
Gebiedende wijsImperative
Moedig je zusje bij de wedstrijd aan!
Cheer on your little sister at the match!