Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik kom aan
jij/je komt aan
hij/zij/het/u komt aan
wij/we komen aan
jullie komen aan
zij/ze komen aan
onvoltooid verleden tijdpast
ik kwam aan
jij/je kwam aan
hij/zij/het/u kwam aan
wij/we kwamen aan
jullie kwamen aan
zij/ze kwamen aan
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben aangekomen
jij/je bent aangekomen
hij/zij/het/u is aangekomen
wij/we zijn aangekomen
jullie zijn aangekomen
zij/ze zijn aangekomen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was aangekomen
jij/je was aangekomen
hij/zij/het/u was aangekomen
wij/we waren aangekomen
jullie waren aangekomen
zij/ze waren aangekomen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal aankomen
jij/je zult aankomen
hij/zij/het/u zal aankomen
wij/we zullen aankomen
jullie zullen aankomen
zij/ze zullen aankomen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn aangekomen
jij/je zult zijn aangekomen
hij/zij/het/u zal zijn aangekomen
wij/we zullen zijn aangekomen
jullie zullen zijn aangekomen
zij/ze zullen zijn aangekomen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou aankomen
jij/je zou aankomen
hij/zij/het/u zou aankomen
wij/we zouden aankomen
jullie zouden aankomen
zij/ze zouden aankomen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn aangekomen
jij/je zou zijn aangekomen
hij/zij/het/u zou zijn aangekomen
wij/we zouden zijn aangekomen
jullie zouden zijn aangekomen
zij/ze zouden zijn aangekomen
gebiedende wijs: kom aan
tegenwoordig deelwoord: aankomend
voltooid deelwoord: aangekomen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De trein komt om acht uur aan.
The train arrives at eight o'clock.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij zijn gisteravond laat in Parijs aangekomen.
We arrived in Paris late last night.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Jullie zullen morgen rond de middag aankomen.
You will arrive around noon tomorrow.
Voltooid verleden tijdPast perfect
De trein was al aangekomen toen wij op het station kwamen.
The train had already arrived when we got to the station.