Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik kleed aan
jij/je kleedt aan
hij/zij/het/u kleedt aan
wij/we kleden aan
jullie kleden aan
zij/ze kleden aan
onvoltooid verleden tijdpast
ik kleedde aan
jij/je kleedde aan
hij/zij/het/u kleedde aan
wij/we kleedden aan
jullie kleedden aan
zij/ze kleedden aan
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb aangekleed
jij/je hebt aangekleed
hij/zij/het/u heeft aangekleed
wij/we hebben aangekleed
jullie hebben aangekleed
zij/ze hebben aangekleed
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had aangekleed
jij/je had aangekleed
hij/zij/het/u had aangekleed
wij/we hadden aangekleed
jullie hadden aangekleed
zij/ze hadden aangekleed
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal aankleden
jij/je zult aankleden
hij/zij/het/u zal aankleden
wij/we zullen aankleden
jullie zullen aankleden
zij/ze zullen aankleden
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben aangekleed
jij/je zult hebben aangekleed
hij/zij/het/u zal hebben aangekleed
wij/we zullen hebben aangekleed
jullie zullen hebben aangekleed
zij/ze zullen hebben aangekleed
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou aankleden
jij/je zou aankleden
hij/zij/het/u zou aankleden
wij/we zouden aankleden
jullie zouden aankleden
zij/ze zouden aankleden
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben aangekleed
jij/je zou hebben aangekleed
hij/zij/het/u zou hebben aangekleed
wij/we zouden hebben aangekleed
jullie zouden hebben aangekleed
zij/ze zouden hebben aangekleed
gebiedende wijs: kleed aan
tegenwoordig deelwoord: aankledend
voltooid deelwoord: aangekleed
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik kleed me snel aan.
I get dressed quickly.
Zij kleedt de baby aan.
She dresses the baby.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
We hebben ons al aangekleed.
We have already gotten dressed.
Zij heeft het kind aangekleed.
She has dressed the child.
Gebiedende wijsImperative
Kleed je aan!
Get dressed!
Kleed de baby aan.
Dress the baby.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
De kinderen zullen zich om acht uur al hebben aangekleed.
The children will already have gotten dressed by eight o'clock.