Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik geef aan
jij/je geeft aan
hij/zij/het/u geeft aan
wij/we geven aan
jullie geven aan
zij/ze geven aan
onvoltooid verleden tijdpast
ik gaf aan
jij/je gaf aan
hij/zij/het/u gaf aan
wij/we gaven aan
jullie gaven aan
zij/ze gaven aan
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb aangegeven
jij/je hebt aangegeven
hij/zij/het/u heeft aangegeven
wij/we hebben aangegeven
jullie hebben aangegeven
zij/ze hebben aangegeven
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had aangegeven
jij/je had aangegeven
hij/zij/het/u had aangegeven
wij/we hadden aangegeven
jullie hadden aangegeven
zij/ze hadden aangegeven
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal aangeven
jij/je zult aangeven
hij/zij/het/u zal aangeven
wij/we zullen aangeven
jullie zullen aangeven
zij/ze zullen aangeven
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben aangegeven
jij/je zult hebben aangegeven
hij/zij/het/u zal hebben aangegeven
wij/we zullen hebben aangegeven
jullie zullen hebben aangegeven
zij/ze zullen hebben aangegeven
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou aangeven
jij/je zou aangeven
hij/zij/het/u zou aangeven
wij/we zouden aangeven
jullie zouden aangeven
zij/ze zouden aangeven
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben aangegeven
jij/je zou hebben aangegeven
hij/zij/het/u zou hebben aangegeven
wij/we zouden hebben aangegeven
jullie zouden hebben aangegeven
zij/ze zouden hebben aangegeven
gebiedende wijs: geef aan
tegenwoordig deelwoord: aangevend
voltooid deelwoord: aangegeven
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Hij geeft zich aan bij het politiebureau.
He turns himself in at the police station.
Kunt u uw voorkeur aangeven?
Can you indicate your preference?
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Zij heeft zich aangegeven.
She has turned herself in.
We hebben ons inkomen aangegeven.
We have declared our income.
Gebiedende wijsImperative
Geef je aan.
Turn yourself in.
Geef uw keuze aan, alstublieft.
Please indicate your choice.